Het James Brandon Lewis-kwartet beheerst de kunst van het provoceren. Steeds onderbreken en overschreeuwen de bandleden elkaar in hun spel. Het zijn die provocaties die de muziek naar een hoger niveau tillen.
Bimhuis, zondagavond, een uitverkochte zaal. Vier lichamen op het podium, meer is er niet nodig. Hier wordt geïmproviseerd vanuit het lijf en dat voel je: jazzmuziek die fysiek is, een klap in het gezicht. Drummer Chad Taylor werkt het hardst. Zijn stokken wervelen rond en komen vernietigend neer op het drumstel. Contrabassist Brad Jones heeft zijn ogen gesloten en knikt met kleine bewegingen mee op het ritme van de drums. Pianist Aruán Ortiz zit ontspannen achter de piano en laat zijn polsen over de toetsen rollen, de ene glissando nog dissonanter dan de volgende.
Ondertussen wacht bandleider Lewis geduldig op zijn beurt. Stil als een standbeeld staat hij op het podium, zijn All-Star-sneakers glimmen in het zaallicht. Een knikje van Ortiz, en zijn saxofoon én lichaam komen tot leven. De All Stars tikken op het hout, twee knieën deinen heen en neer. De wanhoopskreten van de saxofoon banen zich diep vanuit Lewis’ borst hun weg de zaal in.
Muziekpapier ligt klaar maar wordt niet bekeken. Een clash van de symbals, een elleboog op het laagste octaaf van de piano: de musici schoppen elkaar onderuit en zoeken zo hun grenzen op. De McCoy Tyner-voicings en het kat-en-muisspel van drums en saxofoon doen denken aan Colrane’s ‘A Love Supreme’. Maar Lewis’ grootste inspiratiebron is Sonny Rollins. Tijdens een solo van tien minuten beuken de arpeggio’s door de zaal. Alsof er een complete ritmesectie in de saxofoon verstopt zit.
Old school jazz, maar nergens ouderwets. De laatste noot wordt gespeeld: is er ruimte voor een korte stilte, een paar seconden maar om het geraas te verwerken? Als het aan het publiek ligt niet. De muziek is nog niet weggestorven of de mensen staan al, klappend, stampend, smekend om een toegift. De provocaties stoppen niet.

Geweldig stuk Daan, je hebt me het gevoel gegeven dat ik samen met jou aanwezig was geweest voor een blijkbaar onvergetelijke avond.